Houd je vakkennis up-to-date en neem elke dag een kijkje op Lijfblad.nl. Zo kun je jouw klanten nog beter van dienst zijn!

Home>Gezond>Vaginale afscheiding, wat doet de huisarts?

Gezond

Vaginale afscheiding, wat doet de huisarts?

17 juni 2016
Deel met je vrienden
 
Vaginale afscheiding, wat doet de huisarts?

Als een vrouw bij je komt met klachten van vaginale afscheiding, dan kun je haar helpen met clotrimazol, nadat je natuurlijk eerst de WASA-vragen hebt gesteld. Als de klant voor het eerst last heeft van vaginale afscheiding kun je haar het best doorverwijzen naar de huisarts. Wat doet de huisarts dan?

Oorzaak opsporen

De arts zal eerst nagaan wat de oorzaak is van de afscheiding. Want dat bepaalt hoe de vrouw verder wordt behandeld. Daarvoor vraagt de arts naar de aard van de afscheiding. Misschien gaat het om normale afscheiding. In de loop van de vrouwelijke cyclus kan de hoeveelheid en de dikte van de afscheiding immers variëren.

Gaat het om abnormale afscheiding, dan vraagt de arts verder naar de kenmerken hiervan. Heeft het een onaangename geur? Wat is de kleur? Wat is de consistentie? Dit wijst al in de richting van een mogelijke oorzaak. Een geurloze, brokkelige, witte afscheiding wijst op een infectie met candida – een gistsoort. Een stinkende, homogene, grijswitte afscheiding wijst op bacteriële vaginose. Dat betekent dat bepaalde bacteriën in de vagina zijn gaan overheersen ten koste van de melkzuurbacteriën. Daardoor wordt de vagina minder zuur. Een geelgroene, soms schuimende afscheiding kan wijzen op een infectie met de soa’s trichomonas of gonorroe.

Onderzoek

De huisarts vraagt ook of de patiënte jeuk heeft in de intieme zone. Jeuk kan wijzen op candida, maar ook op trichomonas. Dan volgt het lichamelijk onderzoek: de arts kijkt of de vaginawand en het gebied rond de vagina er rood uitzien. In combinatie met jeuk wijst dit op een ontsteking, wat in de meeste gevallen een teken is van candida. Het kijken in de vagina gebeurt met het speculum, de ‘eendebek’. Een instrument dat wordt ingebracht in de vagina en daarna wordt opengeklapt, zodat de arts goed zicht heeft op de vaginawand en de aanwezige afscheiding. Met het speculum wordt ook wat afscheiding afgenomen, dat daarna verder onderzocht kan worden.

De huisarts zal ook vragen stellen om te weten of de patiënt kans loopt op een soa. In dat geval moet er verder onderzoek worden gedaan.

Candida

De diagnose candida kan worden gesteld bij:

  • witte, brokkelige afscheiding; 
  • en jeuk en roodheid in of om de vagina.

Bacteriële vaginose

Bij bacteriële vaginose is er geen sprake van jeuk of roodheid. Voor de diagnose bacteriële vaginose moet de afscheiding verder worden onderzocht. Met een teststripje wordt de pH – zuurgraad – gemeten. Verder doet de arts een druppeltje 10 procent kaliumhydroxide (KOH) bij de afscheiding. In geval van bacteriële vaginose zal dan een sterke ‘rottevislucht’ opstijgen. De diagnose bacteriële vaginose kan gesteld worden bij:

  • grijswitte, homogene, stinkende afscheiding; 
  • onaangename geur;
  • en een pH hoger dan 4,5.

Bij twijfel – dat wil zeggen als niet al deze verschijnselen aanwezig zijn – kan de afscheiding verder worden onderzocht in een laboratorium. Maar men kan ook afwachten of de klachten vanzelf overgaan of een ‘proefbehandeling’ geven. Dat wil zeggen: medicijnen geven en kijken of dat werkt.

Uitleggen en afwachten

Voorlichting en afwachten:  dat is een belangrijk onderdeel van de behandeling door de huisartsen als het om candida of bacteriële vaginose gaat. Dat geldt overigens niet voor een soa! Vaak gaat het bij candida of bacteriële vaginose om een verstoord evenwicht, dat zich vanzelf herstelt. De afscheiding kan vanzelf overgaan als de afweer beter wordt, de intieme zone niet met zeep of met vaginale spoelingen wordt gewassen en de vagina gewend raakt aan contact met sperma van een nieuwe partner. Volgens de richtlijn schrijven artsen alleen medicijnen voor als de klachten echt hinderlijk zijn.

Medicijnen

Als er sprake is van bacteriële vaginose en een behandeling met medicijnen is gewenst, dan schrijft de arts als eerste keus metronidazol voor – een soort antibioticum. Er is een vaginale vorm – ovule – in een kuur van zeven dagen. Maar als de vrouw liever tabletten inneemt, kan dat ook. Ofwel een week lang tweemaal per dag, ofwel in één keer een hoge dosis. Makkelijk, maar met een grotere kans op bijwerkingen of terugkeer van de klachten. Er is ook een ander antibioticum: clindamycine als vaginale crème, ook voor een week. Dit is geschikt voor vrouwen die borstvoeding geven, omdat moedermelk door metronidazol een metaalachtige smaak kan krijgen.

Vaginale candidiasis

Voor de behandeling van vaginale candidiasis kan de huisarts vaginale middelen voorschrijven: miconazol, clotrimazol of butoconazol. Oraal kunnen capsules met fluconazol worden ingenomen, afhankelijk van de eventuele contra-indicaties en de voorkeur van de patiënt. De eerste keuze in de huisartsenrichtlijn is een vaginaal in te brengen ovule met 1200 mg miconazol, die maar één keer ingebracht hoeft te worden. Ook de capsule met fluconazol hoeft maar één keer te worden gebruikt. Andere vaginale tabletten en crèmes moeten drie dagen worden gebruikt. De clotrimazolcrème op recept is tweemaal zo sterk als die je in de drogisterij verkoopt – 20 mg/g –, maar voor de uitwendige behandeling moet de patiënt juist weer de lichtere vorm nemen.

De eenmalige vaginale vorm van clotrimazol – 500 mg – wordt niet meer door de verzekeraar vergoed, maar kan wel als zelfzorgproduct worden aangeschaft.

Vaginale schimmelinfecties

Vaginale schimmelinfecties komen bij veel vrouwen weer terug. De vrouw herkent de verschijnselen en weet wat er aan de hand is. In zo’n geval kan ze clotrimazol als zelfzorgproduct aanschaffen. Eventueel kan ze  de huisarts om een recept voor de miconazol ovule 1200 mg of de fluconazol capsule vragen, zodat ze dit middel voor de zekerheid in huis heeft. 

Candida: ook bij mannen

Candida is bekend als infectie bij vrouwen, vulvovaginaal. Dat wil zeggen in en om de vagina. Maar wist je dat ook mannen ermee besmet kunnen raken? Het gaat dan om een infectie aan de penis en met name de eikel. De symptomen kunnen zijn: jeuk aan de penis, een schilferige huid, pijn bij het plassen, en rode vlekjes en/of een wit beslag op de eikel. Maar meestal hebben mannen weinig last van candida. Wat wel lastig is, is dat ze hun vrouwelijke partner kunnen (her)besmetten. Heb je er net een anticandidabehandeling op zitten, raak je opnieuw besmet door je partner.

Daarom is het belangrijk dat als beide partners symptomen hebben, ze ook beiden worden behandeld. Dat kan met een antischimmelcrème, dezelfde als de vrouw gebruikt. Let op: condooms worden hierdoor minder betrouwbaar.

Bron: Tekst: Winifred Hazelhoff Roelfzema
 
 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Deel met je vrienden
 
Lijfblad 6

Lijfblad 6 is uit!

Bekijk bovenstaand magazine online >
doemeewin-LB06-2017-banner-rechtsbanner-tempocol-v2Canesten_Banner-Lijfbladbanner-pharmaconproefexamens-v1-2017