13 juli 2021

Maakt het lichaam insuline aan als je zoetstoffen gebruikt?

Hoe herkent het lichaam zoetstoffen? Verwarren de hersenen deze niet met suiker? En wordt er daarom toch insuline aangemaakt? Het antwoord is volgens het Kenniscentrum Zoetstoffen NEE. Onderstaand wordt dit toegelicht.

Koolhydraten, suiker en insuline

Dat koolhydraten, suiker en insuline veel met elkaar te maken hebben is jullie wel bekend. Insuline is belangrijk om de koolhydraten- en suikerbalans te regelen. Koolhydraten worden in het lichaam afgebroken en omgezet in glucose. Suiker is een koolhydraat, net zoals zetmeel in brood. Na het eten van koolhydraten zul je dus merken dat het glucosegehalte in je bloed (ook wel bloedsuikergehalte of -spiegel genoemd) stijgt. Bij gezonde personen gaat deze stijging door tot ongeveer 1 tot 2 uur na de maaltijd. Glucose is een belangrijke brandstof voor de hersenen en spieren. Als het bloedsuikergehalte begint te stijgen na het eten, zorgt het hormoon insuline in het bloed ervoor dat de weefsels het glucose snel opnemen. Insuline helpt om de glucose in de spieren te krijgen en werkt eigenlijk als een sleutel: het opent de deuren van de lichaamscellen zodat de bloedsuiker naar binnen kan gaan. In de cellen wordt de glucose verbrand of opgeslagen. Hierdoor neemt het bloedsuikergehalte weer af. Bij gezonde personen is de bloedsuikerwaarde ongeveer 3 uur na de maaltijd het laagst. (1)

Zoetstoffen

Aspartaam, sucralose of saccharine zijn laagcalorische zoetstoffen en geen koolhydraten. Ze komen dus ook niet als glucose in het bloed, waardoor het lichaam geen insuline zal aanmaken. Dat is maar goed ook, want anders zou het bloedglucosegehalte dalen en zou je sneller weer trek krijgen. Door meer te eten zou je zwaarder kunnen worden. Dat is niet het geval concludeerde toonaangevende instanties. De polyolen, zoals xylitol, maltitol of sorbitol, die een kleine hoeveelheid energie bevatten, hebben een gering effect.

Wetenschappelijke stand van zaken

Verschillende toonaangevende instanties hebben kritisch gekeken naar de effecten van laagcalorische zoetstoffen en polyolen op het bloedglucosegehalte, de insulinerespons en het lichaamsgewicht. Ze komen tot de conclusie dat de laagcalorische zoetstoffen geen effect hebben. De polyolen, die een kleine hoeveelheid energie bevatten, hebben een gering effect.

Beoordeling wetenschappelijke literatuur

De European Food ad Safety Authority (EFSA), de Gezondheidsraad en de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) hebben literatuuronderzoek gedaan naar de genoemde effecten. In hun oordeel hebben zij alleen studies meegenomen die van goede kwaliteit zijn, uitgevoerd zijn bij mensen en waarvan de resultaten in andere studies bevestigd zijn.

European Food and Safety Authority (EFSA)

De EFSA concludeert dat het op basis van wetenschappelijke studies en de kennis van experts onwaarschijnlijk is dat laagcalorische zoetstoffen invloed heeft op het bloedglucosegehalte. (2) Dat betekent dat er ook geen insuline respons is, want dan zou het bloedglucosegehalte dalen. Voor de polyolen, die wel wat energie bevatten, concludeert de EFSA dat het bloedglucosegehalte na consumptie significant minder stijgt dan na de consumptie van suiker en dat ook de insuline respons significant lager is dan na de consumptie van suiker.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad heeft niet gekeken naar de effecten op de bloedglucosewaarden of insuline respons, maar naar het eindresultaat. Of er verschil is tussen het gebruik van suiker of zoetstoffen op het gewicht. De Gezondheidsraad geeft aan dat de bewijskracht groot is dat het drinken van water of dranken met intensieve zoetstoffen een gunstig effect heeft op het lichaamsgewicht vergeleken met dranken met toegevoegde suiker. (3)

Nederlandse Diabetes Federatie (NDF)

Ook de NDF concludeert dat intensieve zoetstoffen de bloedglucose niet beïnvloeden. Dat betekent dus ook dat er geen insulinerespons is na de consumptie van laagcalorische zoetstoffen. Dan zou de bloedglucosewaarde immers dalen. Maar dat is niet het geval. Extensieve zoetstoffen (polyolen) zorgen voor een lichte stijging in bloedglucosespiegel. Producten die gezoet zijn met intensieve zoetstoffen kunnen wel andere voedingsstoffen als zetmeel of fructose (vruchtensuiker) bevatten en zo toch invloed op de bloedglucosespiegel hebben. Vruchtensappen met het opschrift ‘ongezoet’ bevatten wel koolhydraten die van nature in vruchtensap voorkomen. Melk- en yoghurtdranken met het opschrift ‘ongezoet’ kunnen koolhydraten in de vorm van lactose bevatten. (4)

Over het Kenniscentrum Zoetstoffen: Het Kenniscentrum Zoetstoffen geeft voedingsprofessionals en consumenten wetenschappelijk onderbouwde informatie over zoetstoffen. Hiermee draagt het Kenniscentrum Zoetstoffen bij om misverstanden over zoetstoffen te verklaren.

Bronnen

(1) https://www.voedingscentrum.nl...

(2) https://efsa.onlinelibrary.wil... : Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to intense sweeteners and contribution to the maintenance or achievement of a normal body weight (ID 1136, 1444, 4299), reduction of post-prandial glycaemic responses (ID 4298), maintenance of normal blood glucose concentrations (ID 1221, 4298), and maintenance of tooth mineralisation by decreasing tooth demineralisation (ID 1134, 1167, 1283) pursuant to Article 13(1) of Regulation (EC) No 1924/20061

(3) https://www.gezondheidsraad.nl...

(4) https://diabetesfederatie.nl/i...

Foto: freepik.com

Lijfblad editie 5

In editie 5 zullen wij een artikel plaatsen over zoetstoffen en advies aan de toonbank. Wat geef je als advies mee aan diabetici, aan mensen die een gezonde voedingspatroon hanteren en in welke producten zitten eigenlijk allemaal zoetstoffen? Waar loop jij tegen aan in je advies? Stuur je vraag in en wij gaan voor jou op onderzoek uit!

Stuur je vraag in

Lijfblad is uitsluitend voor drogisterijmedewerkers en is niet bedoeld voor consumenten